Willem Vermandere
Willem Vermandere werd geboren te Lauwe (9 februari 1940, gebracht door de Leieboot). Hij leerde van vader-wagenmaker-muzikant klarinet spelen en meestappen met de koninklijke harmonie SintCecilia, maar ook beitels slijpen en hout bewerken. Hij gaat naar de lagere school ‘tot in ’t zevende’ en mag dan Grieks en Latijn gaan leren in het strenge patersinternaat te Waregem. Aanvankelijk dacht hij ook pater te moeten worden, maar het beeldhouwen en componeren boeide hem veel meer dan de theologische traktaten. Hij gaat wel in Gent twee jaar godsdienstwetenschappen studeren om daarna drie jaar als leraar te werken in Nieuwpoort. Deze onderwijservaring beschouwt hij als zijn theateropleiding. Hij leerde verhaaltjes vertellen aan de kinderen, wat volgens hem nu goed van pas komt bij de ‘grote’ mensen.
Ondertussen schrijft hij al jaren zijn eigen teksten en muziek, (goed voor meer dan een dozijn CD’s) en brengt liedjes, muziekskes en vertellementen van De Panne tot Maaseik, van Frans Vlaanderen tot Friesland. Hij zong zelfs voor de oude Belgen in Detroit, Rome, Lubumbashi en Kinshasa. Verder schreef hij columns voor Knack, die later verwerkt werden tot het boek: ‘Thuis en nog veel verder’.
Naast muziek zijn ook beeldhouwen en schilderen een grote passie. Hij kapt al jaren grote stenen beelden om buiten te zetten met hun voeten in de klei en hun hoofd onder de lage wolken van Steenkerke. Maar ook het voorvaderlijke hout laat hem niet los en de voorbije tijden is daar ook het ijzer, een beetje de duivelskunst van het vuur, bijgekomen. Hij schildert, tekent, snijdt en drukt lino’s en houtsneden. En hij exposeert af en toe, als ‘t past (en als ze ‘t schone vragen)...
