Drie trosvormige vaasjes in Lattimo (melkglas)
De vaasjes werden gevonden vlakbij de zuidzijde van de kerk in een hoefijzervormige, in baksteen gemetste trechtervormige put samen met fragmenten van een glazen kolf met filigraan versiering en fragmenten van een marine blauwe ampul, beide te dateren tussen 1650 en 1725. Verder lagen in het ensemble fragmenten van een waterfles (spafles) uit de 18de eeuw, de hals van een glazen fles met een loden zegelring met als opschrift "MAESTRICHT", 3 polygonale kobaltblauwe glazen parels, een grijs geglazuurd steengoed kruikje uit Raeren, eind 16de eeuw en fragmenten van beschilderd gotisch vensterglas.
Ondanks een onvolledig profiel, meet het meest volledige vaasje bij benadering 198 mm in hoogte, de voet is 54 mm hoog, de basisdiameter bedraagt 74 mm en de opening heeft een diameter van 76 mm. De maximale breedte is 97,6 mm. De wand heeft een dikte variërend van 0,5 tot 1,7 mm.
De standvoet lijkt op een aan de basis licht bolle cilinder en gaat over in een brede vlakke standvoet met een naar binnen geplooide "zoom". De verbinding met de basis van de buik is beklemtoond door een bolle, nogal onregelmatige ring.
Bij exemplaar B is de standvoet aan de binnenzijde cirkelvormig doorboord en lijkt hij aan de buik te zijn gelast door middel van een prop helder, rooskleurig glas.
De drie vaasjes zijn gemaakt uit een witte pasta, perfect zuiver en van een uitzonderlijke finesse. Ze hebben algemeen de vorm van een zuil, verrijkt met twee grote handgrepen in de vorm van oren of dubbele vleugels. De buik, geblazen in een tweedelige moule, heeft de vorm van een tros.
De kraag, de standvoet en de handgrepen zijn apart tegen de buik aangezet. De hals, breed uitgerokken in de vorm van een paviljoen (hoorn) van een trompet, is extra gemarkeerd door een ring.
De raakvlakken van de twee moulehelften, waarneembaar op de drie vaasjes, zijn het best zichtbaar op exemplaar B. Dit vaasje heeft ook het meest verzorgde uitzicht. Men kan vaststellen dat elke uitstulping meer lijkt op de vorm van een vrouwenborst, uitlopend in een tepel; een kenmerk dat ook zichtbaar is op exemplaar A.
De handvaten zijn gemaakt van een drielobbige draad, aangezet op de schouder van het vaasje, opgaand om dan gelast en plat gedrukt bevestigd te worden op de ring van de kraag. Vervolgens een tweede keer opgaand naar de paviljoen om opnieuw aan hun basis omgedraaid en gelast te worden in de vorm van een kleine ring.
De draad is vervolgens geplet in de vorm van dubbele vlakke vleugels. Een reeks schuine inkepingen, die op sommige plaatsen een ruilpatroon vormen, versieren de vlakke delen van elke vleugel. De essentiële karakteristieken van de Breese vaasjes, een cilindervormige standvoet met een brede, vlakke basis en vlakke handgrepen in de vorm van vleugels met transversale inkepingen, komen enkel voor in de Catalaanse glaskunst en enkel bij prestigieuze stukken uit het einde van de 16de tot het begin van de 18de eeuw. Soms hebben deze stukken versieringselementen in gekleurd of wit opaak glas of zijn ze gedeeltelijk verguld.
Vergelijkingen
In de Bichierografia van MAGGI (1604) staan 6 modellen van trosvormige vaasjes min of meer realistisch getekend. Eén daarvan heeft de vorm van een tros borsten, op gedragen aan de godin Natura.
Gebruik
De lattimo vaasjes komen zelden voor. Meestal gemaakt in de vorm van een baluster, een klein zuiltje, zijn ze bedoeld als bloemenvaasjes.
Deze zuilvormige, in druiventrosvorm geblazen vaasjes in lattimo (melkglas) zijn zeer geraffineerd en kostbaar. Ze zouden in het Klooster van O.-L.-V.-ter-Riviere hebben kunnen dienen om het altaar in de kerk op te fleuren, zoals te zien op het schilderij van Frans Snyders Guirlandes van fruit rond een cartouche met de Verrezen Christus (eerste helft 17de eeuw).
Bibliografie
- E. Baumgartner, Venise et façon de Venise, Verres Renaissance du Musée des Art Décoratifs, Paris, 2003.
- J. Guidol Ricart, Els Vidres Catalan, Monumenta Cataloniae, III, Barcelona, 1936.
- M.L. Hairs, Les peintres flamands de fleurs au XVIIe siècle, Tournai, 1998.
- G. Maggi, Bichierografia, 1604, Edition anastatique P. Barochi, Firenze, 1977.
- H. Tait, The Golden Age of Venetian Glass, London, 1979.
- A.E. Theuerkauff-Liederwald, Venezianisches Glas der Veste Coburg, Lingen, 1994.
Scheikundige analyse
Analyse procedure
Twee zeer kleine monsters zijn genomen tijdens de restauratie:
- van het witte ondoorschijnende glas van vaasje C, het meest fragmentaire
- van het roze glas, geplakt in de standvoet van vaasje B
De analyses zijn uitgevoerd door SEM-EDX op basis van slijpplaatjes (gegoten in eposyhars; metingen genomen met 20kV primaire energie).
Samenstelling
De vaasjes vertonen een samenstelling van het type gemengd alkali. Rekening houdend met een zwakke ondertoon in fosfaat (P205), is wijnsteen waarschijnlijk de bron van het aanwezige kalium (wijnsteenzuur van kalium).
Wijnsteen werd courant gebruikt door Catalaanse glasblazers in de 17de eeuw. Het rooskleurige glas is korrelig en bedekt met een ruw laagje dat de transparantie vermindert (crizzlé). Karakteristiek is een zeer hoog percentage alkali (natrium en kalium) gebonden aan een lage hoeveelheid kalk, die verantwoordelijk is voor het crizzling.
Eigenlijk bedoeld om het glas te ontkleuren is de verbinding van mangaanoxide verantwoordelijk voor de roze kleur.
| roos glas | wit glas | |
|---|---|---|
| Na2O | 9.65±0.18 | 14.01±0.56 |
| MgO | 1.35±0.22 | 2.22±0.17 |
| Al2O3 | 0.47±0.14 | 0.70±0.36 |
| SiO2 | 57.14±0.69 | 58.73±1.02 |
| P2O5 | 0.16±0.28 | 0.24±0.27 |
| SO3 | 0.50±0.20 | 0.52±0.41 |
| Cl | 0.62±0.08 | 0.47±0.09 |
| K2O | 24.75±0.22 | 8.81±0.51 |
| CaO | 4.81±0.22 | 7.74±0.43 |
| TiO2 | 0.17±0.18 | 0.04±0.19 |
| MnO | 0.31±0.13 | <0.05 |
| FeO | 0.21±0.17 | 0.30±0.27 |
| CoO | n.d. | n.d. |
| CuO | n.d. | n.d. |
| SnO2 | n.d. | n.d. |
| Sb2O3 | n.d. | 3.31n.d. |
| PbO | <0.1 |
Gemiddelde samenstelling van het roze en het witte glas met standaard spreiding. De concentraties zijn weergegeven in % gewicht in verhouding tot 100% (n.d. = non détecté = niet gevonden).

