Gerard van Huls, een miskend weldoener
Gerard van Huls dixit de Taxis (1578 – Rome, 27 december 1654), geboren omstreeks 1578, was de zoon van een in het prinsbisdom Luik zeer vooraanstaand burger, Godfried van Huls, een geboren en getogen Breeënaar. Onze stad moet een onuitwisbare jeugdherinnering voor hem geweest zijn getuige zijn vrijgevigheid. Omstreeks 1631 schonk hij immers een schitterende kelk aan de parochiekerk.
Gerard koos voor een militaire loopbaan. In 1600, amper 22 jaar oud trad hij in dienst van keizer Rudolf II. Hij maakte carrière in de Dertigjarige Oorlog, een strijd tussen katholieken en protestanten. De krijgsverrichtingen hadden Gerardus geen windeieren gelegd. In navolging van zijn kompaan Wallenstein wilde hij een augustijnenklooster stichten. Na contacten rond 1635 met de augustijner Hinnisdael uit Maastricht werd in 1638 een eerste som van 3.000 Brabantse gulden overgemaakt voor grondaankoop te Bree. Pas in 1651 lukte het Gerardus om geld over te maken voor de bouw van een augustijnenklooster.
Zijn allerlaatste wil om in datzelfde klooster zijn laatste jaren door te brengen ging echter niet in vervulling. Gerardus de Taxis stierf in Rome op 27 december 1654. De erfenis bestond uit twee schuldbekentenissen, samen goed voor 22.000 gulden en uitstaande gelden in Rome, Keulen en Amsterdam, samen goed voor nog eens ongeveer 14.000 gulden.
Door deze nalatenschap kon op 7 september van het jaar 1657 de eerste steen gelegd worden van het augustijnenklooster van Bree. Door vergelijking van het loon van een metselaar uit de 17de en de 18de eeuw konden we achterhalen dat de totale gift ongeveer 4.069.260 euro bedraagt in hedendaagse waarde.
