Jan Hillen

Jan Hillen (Bree, 8 november 1889 - Bree, 30 januari 1988) nam kort na de Eerste Wereldoorlog de pijpenfabriek, opgericht door zijn grootvader, over van zijn vader. Er werden 'stenen pijpen' geproduceerd voor verkoop op de markten in de streek. Omwille van de gebruikte grondstof wordt er ook over kleipijpen gesproken.

In 1923 begon Jan Hillen met de productie van houten bruyère-pijpen. Hiervoor werd de harde wortel van de boomhei gebruikt: de wortel is nagenoeg onbrandbaar en beïnvloedt de smaak niet. Meteen werd ook de overstap van artisanale naar industriële productie gemaakt.

De pijpen werden op de markt gebracht onder de merknamen Hilson en Albertson. Naast Europa waren ook de Verenigde Staten een zeer voorname afzetmarkt. De Hilsonpijp is nadien uitgegroeid tot een ware kwaliteitspijp, de Rolls Royce onder de pijpen. Het Pijpenmuseum aan de Pollismolen geeft een overzicht van de geschiedenis van de pijpenindustrie in Bree.

Jan Hillen was ook een sterk sociaal en maatschappelijk geëngageerde man. Gedurende vele jaren was hij voorzitter van de door zijn vader opgerichte Onderlinge Bijstand, de voorloper van het OCMW. Na de Tweede Wereldoorlog was hij meer dan twee decennia schepen van openbare werken onder de burgemeesters Martens en Mondelaers.