Lei Clijsters

Lei Clijsters (Bree, 6 november 1956) wordt pas in de nadagen van zijn carrière echt naar waarde geschat. Het is Thieu Bollen die hem als zeventienjarig talent bij Opitter weghaalt en hem bij Club Brugge parkeert. Lei voelt zich echter niet direct thuis in de speciale ietwat cynische voetbalsfeer die Ernst Happel er creëert. Hij proeft wel even van het eerste elftal, maar kwijnt er net als een aantal andere Limburgse talenten weg. Voor de meesten wordt het een roemloze terugkeer naar de provincie. Lei Clijsters vecht terug en maakt indruk als libero en middenvelder van Patro Eisden en SK Tongeren.

Als THOR Waterschei in volle opgang is, maakt hij een toptransfer naar Genk, waar hij zich steeds nadrukkelijker als een moderne libero manifesteert. Clijsters is een meester in de balrecuperatie. Hij leest het voetbal uitstekend, blinkt uit in het positiespel, staat tot verbijstering van de tegenpartij meestal op de plaats waar zij de aanval willen afronden.

Clijsters schittert in de Europese campagne van Waterschei, wordt Rode Duivel en verhuist naar KV Mechelen. Met Clijsters, Preud'homme en Albert bouwt Aad de Mos er in verdediging een nauwelijks te nemen vesting uit. Spelers met talent, maar vooral met professionalisme en geldingsdrang, zonder vedettenallures en met het vermogen een perfecte inschatting van hun kwaliteiten en gebreken te maken. Dat realisme levert Lei Clijsters in '88 de Europacup II en de Gouden Schoen op.

In 1990 bood Lei spontaan de trofee aan om te veilen ten voordele van een actie voor ons adoptiedorp Jebel in Roemenië. Onder leiding van 'veilingmeester' Jos Ghysen bracht de schoen 340.000 BEF op.