De ondergrondse gang van het gewanthuis
Aan het Michielshuis op de Markt
Voordat het Augustijnenklooster in de 17de eeuw werd gebouwd stonden aan deze zijde van het Vrijthof verschillende huizen en tot vóór 1587 het gewanthuis (het stadhuis).
In de donkere middeleeuwen was het niet ongewoon om verschillende vluchtroutes te voorzien tussen de huizen van de stad binnen de stadswallen. Deze werden gerealiseerd door maken van deuropeningen in de scheidingsmuren van zolders en kelders. In tijden van stadsbranden en belegeringen van de stad bewezen deze vluchtgangen duidelijk hun nut. Verschillende huizen van de stad Bree waaronder het vrijstaande gewanthuis waren via ondergrondse gangen verbonden met kelders van huizen binnen de stadswallen. In de briefwisseling van 1715 over de bouw van het Augustijnenklooster spreekt men van een ondergrondse gang tussen het achterhuis van het “Michielshuis” en het gewanthuis op het Vrijthof. Deze gang werd in die tijd door de aannemer aangetroffen en na onderzoek afgebroken. Enkel de funderingsresten onder het vrijthof die tijdens de heraanleg van het centrum van Bree in de jaren ’70 zijn teruggevonden zijn de laatste getuige.
De kelders onder de stad Bree zijn vaak ouder dan hun bovengrondse bebouwing. Tijdens de vele stadsbranden die Bree in de loop der tijd onderging, branden hele stadsdelen af maar bleven de ondergrondse kelders meestal bestaan. De nieuw op te trekken huizen werden op deze oude kelders opnieuw opgebouwd. In verschillende van deze, nu nog bestaande kelders, zijn nog dichtgemetselde nissen zichtbaar die de resten zijn van het nu verdwenen ondergrondse gangenstelsel. Uiteraard werd dit gangenstelsel eveneens gebruikt voor meer lucratieve doeleinden zoals het smokkelen van goederen. Er wordt zelfs verteld dat dit gangenstelsels zeer goed gekend en gebruikt werd waren door de befaamde Bokkenrijders.
Waar of niet waar?
