Een verraad?

Aan het stadhuis (het voormalige augustijnenklooster) op het Vrijthof

Bree, de Franse Tijd: de kerkelijke goederen werden verbeurd verklaard en in beslag genomen. Jan Reyners uit Meeuwen kloeg deze praktijken in zijn dagboek scherp aan.

Ik ben ooggetuyge geweest dat zy twee beelden op schildwagt hebben gezet, hun eenen stok in d’ermen gevende, al spottende hebben geroepen: Ziet hier dese deftige soldaeten op schildwagt staen, dat niemant hier binnen gaen. Zij hebben hun gekleet met misgewaeten van de cloosters en zyn alzoo gekleet zynde spotsgewys naer den autaer gegaen om de H. Misse te lesen…

De paters Augustijnen van Bree hadden een koperen brouwerskuip van hun brouwerij verstopt bij Nicolaas de Borman die met zijn vrouw Maria Vaes woonde “op de merckt”. Welnu, het verhaal wil dat de Breese augustijnermonnik Jan Frissche dit zou medegedeeld hebben aan de Fransen en zo de schuilplaats van de kerkelijke goederen zou hebben verraden.

Waar of niet waar?