Het kanon aan de Grauwe Toren

Aan de Witte Toren (op de Witte Torenwal ter hoogte van de Witte Torenstraat)

In vroegere eeuwen werd onze streek op regelmatige basis geteisterd door rondtrekkende legers. In zijn Geschiedenis van Bree vertelt Pater Maes het verhaal van de Breese roompotten.

De Franse Zonnekoning Lodewijk XIV begon in 1672 zijn derde oorlog sedert 1635. Met een machtig leger trok hij op naar Holland... alweer maar dwars door het weerloze prinsbisdom Luik. In oktober 1675 kwam de Prins van Nassau met zijn leger overwinteren in de Kempen, om de troepenbewegingen van de Fransen in het oog te houden. Zijn generaal, Weibnom, probeerde ons stadje in te nemen, doch onze dappere voorvaderen sloegen de aanval af. De Breeënaren zouden bij gebrek aan kanonnen een hoop roompotten op de muren gezet hebben, met de opening naar de vijand toe. De Hollanders zagen de dreigende vuurmonden en dropen af.

Pater Maes schrijft dit verhaal toe aan kwatongen en het lijkt ook zeer onwaarschijnlijk. Veel heeft het ook niet gebaat. Weibnom kwam terug met een grotere legertroep en misleidde de Breeënaren om zich over te geven. De twaalf kanonnen die op de vesten stonden werden afgevoerd en de stadsmuren werden beschadigd. De Hollandse soldaten plunderen de stad en konden nog juist verhinderd worden om ook de kerk binnen te vallen.

Wat is dan wel echt waar? Het kanon dat nu op de Grauwe Torenwal staat, stond vroeger op de stadswallen ter hoogte van de Malta en werd onder andere gebruikt om invallen vanuit het Hertogdom Gelder af te slaan. Gelukkig zijn we vandaag verzusterd met het ondertussen Duitse Geldern en hebben we geen behoefte meer aan zwaar geschut.

Waar of niet waar?